EN
28 oktober 2019

Duurzaamheid: prima, maar wel met een prijskaartje

 

Een van de grootste trends van de huidige tijd is die van duurzaamheid. Een ontzettend breed begrip waar marketeers maar wát graag hun tanden in zetten. Een term waar ‘groen’, ‘eco’, ‘bio’ en tal van aanverwante begrippen die producten in een goed daglicht plaatsen onder vallen. Wie duurzaam bezig is, houdt onder meer rekening met het gebruik van grondstoffen, vermindering van energieverbruik en verlenging van algehele gebruiksduur en is zodoende goed bezig.

In de loop der jaren zijn we allemaal een stukje duurzamer geworden. Door een maatschappelijke bewustwording aan de ene, en een sturende factor vanuit producenten en overheden aan de andere kant. Daarom is de gloeilamp vervangen door spaarlampen en rijden we over een aantal jaar – als het goed is – allemaal elektrisch. Het eventuele schuldgevoel waarmee je in de auto stapt is nu al stukken lager als je weet dat je op andere vlakken goed voor het milieu bezig bent. Het rijdt tenslotte een stuk prettiger met een vegetarische Whopper achter je kiezen, en niet eentje waar een stuk regenwoud voor heeft moeten wijken.

Bij WIM komen we het streven naar duurzaamheid veelvuldig tegen. We werken voor heel wat merken die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan. Zoals DSM, die met een portfolio aan enzymen bijdraagt aan kortere productieprocessen on verlaging van energieverbruik. Of EkoPlaza, met een fantastisch aanbod in biologische producten.

Gaan we vleesloos?

Het streven naar meer duurzaamheid wordt onder meer gestuurd vanuit economische en technologische motieven. Productieprocessen zijn in de loop der jaren almaar efficiënter geworden. Er is steeds minder verspilling van grondstoffen en energie en een nieuw huidige streven is om ook nog eens zo CO2-neutraal te produceren.

Ontwikkelingen die we als consument toejuichen, en waar we het liefst positief aan bijdragen. Een groeiend aanbod in productkeuze maakt het ons daarbij telkens weer gemakkelijker om bewust te consumeren. Neem bijvoorbeeld het aanbod in vegetarische producten. Door een toenemend besef dat de productie van vlees een zwaar stempel op het milieu drukt, neemt de vraag naar vegetarische alternatieven toe. De huidige stikstofproblematiek benadrukt momenteel nog eens extra dat de veestapel beter zou moeten krimpen.

Logisch dus dat een groeiend aantal mensen er een vegetarische dag in de week op na houdt, of er bewust voor kiest om te minderen wat het eten van vlees betreft. Hoewel onlangs bekend werd dat de vleesconsumptie het afgelopen jaar in ons land weer licht is gestegen (maar nog altijd een absolute daling vertoond sinds 2017), is er de laatste jaren een stijgende lijn te vinden in de afname van vegetarische alternatieven. En die lijn, die stijgt flink: de verkoop van vleesvervangers steeg sinds 2017 maar liefst met 51%. Dat is nogal!

Alternatief met een prijskaartje

Het opvallende daarbij is dat een alternatief dat ‘beter’ zou zijn voor mens, dier of milieu vaak duurder is. En niet alleen voor vlees: zo is reizen per trein gemiddeld duurder dan een autorit over dezelfde afstand en betaal je voor een alcoholvrij biertje op het terras vaak hetzelfde of zelfs meer dan voor een ‘normale’ variant.

Het zou logischer zijn wanneer het gebruik van dit soort producten wordt aangemoedigd en gestimuleerd met scherpe prijzen. Voorbeeld? Neem een hamburger uit de supermarkt. Wie zin heeft in een fatsoenlijke schijf kwaliteitsvlees kan bij Albert Heijn twee kanten op. In het topsegment vind je een burger van Amerikaans rundvlees, omgerekend voor € 14,36 p/kg. De smokey Angus van Jumbo doet € 12,32 per kilo. Ga je voor het ultieme vega-alternatief, dan kom je bij de Appie uit bij de befaamde Beyond Burger – omgerekend € 26,39 de kilo. Zelfs het instapmodel van mainstream merk De Vegetarische Slager gaat daar voor niet minder dan € 15,50 over de scanner.

Hetzelfde geldt voor gehakt (gemiddeld € 8,50 per kilo half-om-half versus € 12 voor een kilo vegetarisch bij Jumbo) en kip (€ 5,38 per kilo bij Jumbo, tegenover omgerekend € 21 per kilo van ‘Vegetarische kip-Teriyaki’ van De Vegetarische Slager). Ongetwijfeld een betere keus in een aantal opzichten, maar wel met een prijskaartje dat een aanzienlijke verschil toont.

Het is duidelijk dat duurzaamheid niet gratis is. We willen het wel, maar worden wel geacht er extra voor te betalen. Omgekeerde wereld?

 

[Pascal Vugts]